vrijdag 11 mei 2012

Kruipend sperma


Er werd altijd gedacht dat een spermacel naar een eicel toe zwemt in het vrouwelijk voortplantingsstelsel. Dat lijkt niet het geval: gezonde zaadcellen botsen en kruipen, zo lees ik op de nieuwssite.

Dat moet een ontgoocheling zijn voor mannen. Had je het idee dat jouw zaadcellen als een raket de baarmoeder worden ingeschoten waarna ze zich in als ware het in een triatlon overgaan tot een zwemprestatie a la Hoogenband, onderling vechten als een ware Mike Tyson om als eerste de begeerde eicel te bereiken waarna een hoogstandje wordt bereikt in het doordringen in de weerbarstige kern waar fantasieën van Arnold Schwarzenegger gelijkwaardig aan zijn, blijkt het niet waar te zijn.
Die begeerlijke spermacellen zwemmen niet, die kruipen.

De grootste trots van een man, zijn vermogen leven voort te brengen is geen Olympische Gouden medaille zwemmer maar een blind, onhandig slijkspringertje. Miljoenen blinde onhandige slijkspringertjes, dat dan weer wel.
De man, die het vrouwelijk geslacht in alle sportieve opzichten overtreft, laat het in de baarmoeder op een essentieel punt eigenlijk een beetje afweten. Zijn mannen overtreffend in alle sporten, ze lopen harder, springen verderen hoger, maar bij de voortplanting modderen ze een beetje aan.
Ik zie het voor me, spermacellen die zich traag voort kruipend bewegen en daarbij ook nog tegen elkaar opbotsen in die donkere warme omgeving, zonder te weten waar ze heen moeten. Op de tast op zoek naar de hoofdprijs.

Ik geef het je te doen. En dan ook nog kruipend.
En dan gaat het ook nog over gezonde spermacellen, ik vraag me af wat de ongezonde zaadcellen doen. Draaien ze doelloos rondjes? Liggen ze voor apegapen of keren ze om en proberen ze kruipend terug te keren naar de bron? Het is toch wat in die baarmoeder. Geen ultieme zwemwedstrijd maar een horde doelloos dobberend zaad dat zich amper weet voort te bewegen in de ultieme oeromgeving. Het lijkt de realiteit wel.
Waar mannen onzeker over zijn, is de vrouw. Mannen begrijpen vrouwen niet, en dat terwijl we zo doorzichtig zijn als een negligé. Mannen raken al snel de weg kwijt in de ondoordringbare gedachtegang van een vrouw en als gevolg daarvan gaan ze minder hard lopen en zich trager bewegen. Uiteindelijk bereiken ze kruipend hun doel wel, maar het pad gaat niet over rozen. 
Het is eigenlijk allemaal zo logisch. 

vrijdag 4 mei 2012

Juwelierkiller



 ‘De juwelierkiller is gepakt’, kopt de nieuwssite. Voor mij een nieuwe term, juwelierkiller. Waarschijnlijk komt het jammerlijk genoeg zo vaak voor dat er een nieuwe term bedacht is voor dit soort misdadigers. De Haagse Ruud Strattmann, die vorige week genadeloos werd doodgeschoten voor een handvol goud, is vermoord door een juwelierkiller. Het nieuws greep me aan. Dat gebeurt wel vaker als iets akeligs zich afspeelt in een buurt waar je regelmatig verkeert. Ik voel me veilig in Den Haag. Ik ben niet bang aangelegd en heb geen problemen met groepen van welke afkomst dan ook, en wandel zelfs na een ruzie met vriendlief ’s nachts doodgemoedereerd over de Vaillantlaan en door Schilderswijk. Want ik vrees niet.

Dat deed Ruud Strattmann wel, maar hij had dan ook een juwelierszaak. Strattmann liet na eerdere overvallen zijn winkel beveiligen als een fort. Maar ja, een winkelier wil wel graag klanten en liet op die fatale dag twee ogenschijnlijk onschuldige klanten binnen. Het liep helaas slecht af. In het filmpje dat op nieuwsmedia circuleert zien we twee opgefokte mannen die met pistolen zwaaien en uit piëteit voor de nabestaande zien we niet het fatale schot. Schoten, want Sandro Grigolia schoot twee keer, naar blijkt omdat Strattmann zich niet gewonnen wilde geven. Zijn kompaan Ziya Borukcu stond erbij en keek ernaar.

‘De juwelierkiller is gepakt’ en tot mijn stomme verbazing kijk ik recht in de ogen van een onvolwassen knul waar puberpuisten zich op het voorhoofd aftekenen. Ik schrik ervan. Borukcu heeft hetzelfde gezicht als zoveel van die knulletjes die bij mijn dochter op de middelbare school rondlopen. Een onvolwassen haantje met kortgeknipt stekeltjeshaar met gel of wat voor rotzooi dan ook, want dat is momenteel hip (sorry; cool). Zo’n knul met een onschuldig gezicht die op de markt mijn fruit in een tasje doet. De kop van een gozertje die op straat met zijn vriendjes stoer staat te doen maar als ik ze een venijnige blik toewerp gedwee voor me aan de kant gaan. Ik ben geschokt door zijn onschuldige blik. Het gezicht van een onwillige puber (dat is een tautologie; onwillige puber) die zijn school nog moet afronden en daarna misschien een vervolgstudie gaat doen. Zo’n allochtoonse knar die ik dagelijks in veelvoud zie, en die me vriendelijk toelachen omdat ik hun ook vriendelijk toelach.

Maar deze vriendelijke puberkop is een juwelierkiller of op zijn minst medeplichtig aan moord. Waar is het misgegaan met deze amper negentienjarige jongen? Wie gaan we aanwijzen als schuldige? Zijn ouders, die wellicht amper Nederlands spreken? De overheid, die integratie cursussen verplicht stelt waar zijn ouders allang niet meer voor in aanmerking komen? Jeugdzorg? De politiek, die de samenleving dusdanig heeft verkloot dat jongens zoals hij maar een juwelier overvallen om aan geld te komen? Degene die hem van een wapen heeft voorzien? Of God, die hem met gewetenloosheid heeft opgezadeld?

Laatst zei een deskundige op tv dat soortgelijke overvallen een groot probleem voor de samenleving vormt door de ondeskundigheid waarmee dit soort knullen te werk gaan. Onprofessioneel en daardoor gespannen tot op het bot. In de hektiek en spanning die ze zelf veroorzaken kan het snel mis gaan. Een trekker is zo overgehaald. Als schrale troost zijn er de beelden van de overval omdat Stattmann voorbereid was op overvallers. Hij was echter niet voorbereid op wolven in schaapskleren.
Hoe had Strattmann kunnen denken dat twee onschuldig lijkende knapen killers zouden zijn? En zo zijn we weer een illusie armer. Onschuld bestaat niet, want ergens, wisten we maar waar en waarom, wordt de onschuld van kinderen, van pubers, in de kiem gesmoord. Ja, hij is schuldig, maar de samenleving is dat ook. Al was het alleen maar omdat we in de drang naar Engelstalig populisme in een krantenkop een moordende overvaller een juwelierkiller noemen. 

vrijdag 6 april 2012

Robert M.

Het is net als bij het programma “Genante lijven”; je zit kokhalzend te kijken naar een zwerende penis maar je kijkt tóch. Hetzelfde gevoel bekruipt mij bij de rechtszaak van Robert M. Zijn daden zijn intens walgelijk, maar toch volg ik het nieuws rondom deze spraakmakende zaak op de voet. Ik zou mezelf kunnen verontschuldigen door te verklaren dat ik wil weten wáárom hij tot zijn wandaden is gekomen, maar dat is niet waar. Er is in mijn ogen namelijk geen enkele plausibele verklaring voor het verkrachten van kleine kinderen. Want ook al ben je zelf in je jonge jaren slachtoffer geweest van een van de grootste misdaden tegen de mensheid, wij zijn nu eenmaal mensen, en mensen hebben een geweten. Waarom ben ik dan toch zo nieuwsgierig? Is dat de menselijke aard? Zelf word ik ongelooflijk kribbig van automobilisten die langzamer gaan rijden als er een ongeluk is gebeurd, omdat ze in mijn beleving niets liever willen dan bloed zien. Of mensen die horen dat er ergens een brand is en zich naar de plek des onheil spoeden om aldaar te verzuchten hoe vreselijk het is dat de bewoners niet allemaal op tijd hebben kunnen wegkomen. Dus eigenlijk moet ik mezelf de vraag stellen of ik wel beter ben dan anderen. Want ik vergaap me aan het mediacircus rond het grootste misbruik ooit van kinderen in Nederland. Ik kan zijn kop inmiddels bijna uittekenen, zo vaak heb ik hem voorbij zien komen. Lijkt me ook vreselijk voor de ouders overigens, om dag en nacht ongewild geconfronteerd te worden met die kop; de misbruiker van jouw kind.
Maar nieuws is nieuws en Robert M. is nieuws, en ik slorp het op als een spons. Ik las dat zijn jongste slachtoffertje slechts negentien dagen oud was. Amper drie weken. Ongeloof en verbijstering, wat heb ik er aan om dat te weten? De gemiddelde leeftijd van de kindjes die hij heeft misbruikt was 8 maanden. Ongeloof en verbijstering, wat heb ik er aan om dat te weten?
Ik denk terug aan de tijd dat mijn dochters negentien dagen oud waren. Ik wist me amper in een kledingstuk te hijsen vanwege de achtergebleven zwangerschapskilo’s en liep om die reden nog maandenlang in jogging annex zwangerschapsbroeken rond. Ik hoefde nergens naar toe en wilde nergens naar toe want thuis was mijn kind. In veilige handen van mezelf. Zelfs mijn toenmalige man durfde ik nauwelijks alleen te laten met mijn (onze) baby want hij zou wel eens het luiertje niet goed genoeg om kunnen doen. Zelfs oma moest het bij mij –volledig onterecht overigens- ontgelden; ik liet mijn baby pas na 23 dagen tien minuten achter in haar ervaren handen, met een hele lijst aan do’s and dont’s. Dat ik mijn baby alleen liet was omdat het oudejaarsnacht was en ik het zowaar aandurfde om even naar buiten te gaan om het vuurwerk te zien. Overdreven? Ja. Vel ik nu een oordeel over ouders die daar makkelijker in zijn? Nee. Het verdriet en het schuldgevoel van de ouders van misbruikte kinderen is te groot. Daar kan en mag ik geen oordeel over vellen. Ik ben feministe en juich het toe dat vrouwen gaan werken en vooral de mogelijkheid krijgen om te kúnnen werken. Ik ga niet blaffen dat die mannen dan maar thuis moeten blijven (tenzij ze dat zelf graag willen) want een man moet ook de gelegenheid hebben om naast het hebben van kinderen, te werken. Dus wat overblijft, is de zorg voor de kinderen. Hoe verdelen wel dat? Ondanks het feit dat ik zelf nooit gebruik heb gemaakt van een crèche, ben ik blij dat het bestaat. Het stelt vrouwen in staat om zelfstandig te blijven binnen een huwelijk en binnen het moederschap.
Tot zover begrijpen we elkaar. Wat ik echter niet begrijp is dat je de zorg over je zeer kleine kinderen in handen legt van iemand die je niet goed kent. Nou, weet je wat, zelfs niet in handen van iemand die je wél kent, zonder jezelf daarbij enkele kritische vragen te stellen.
Ik weet dat ik nu een hoop mensen genadeloos op de tenen ga trappen, maar ik doe het toch. Vertrouwen is een groot goed en misschien gaan we daar wel te makkelijk mee om. Ok, ik zal een duit in het zakje doen, ik heb in mijn jonge jaren te maken gehad met pogingen tot misbruik, ik heb daar eerder over geschreven, dus daar laat ik bij. Genoeg informatie om mijn wantrouwen te verklaren, hoop ik.
Misschien is dat waar ik naar toe werk in deze column. Niet dat vrouwen thuis moeten zitten met hun kinderen, maar dat we eens wat vaker naar onze intuïtie gaan luisteren. Er is namelijk geen enkele man (of vrouw), buiten hun vader die ik tot op het bot vertrouw, dicht bij mijn kinderen gekomen tot het moment dat ik ze daar toe in staat achtte; en geloof me, dat is een lange periode geweest. Vertrouwen en wantrouwen; het moet hand in hand gaan en een balans vinden. Ik heb ook al eerder geschreven dat ik mijn dochters op zeer jonge leeftijd heb gezegd dat niemand, maar dan ook werkelijk niemand (ook ik niet), het recht had ze aan te raken op een manier die zij niet wilden. De slachtoffers van Robert M. zijn te jong geweest om aan te geven wat ze wel en niet wilden, daarom is het zo godverdomd belangrijk dat ouders naar hun intuïtie luisteren. Dat is géén achterdocht, dat is gezond wantrouwen. Mijn dochters hebben geen psychologische hulp nodig omdat hun moeder beren op de weg zag die er hoogstwaarschijnlijk niet waren. Maar ze zijn ook niet in de handen gevallen van een goedwillende crècheleider, basketballcoach of leraar. Stomweg omdat ik als een kloek mijn nest als een bezetene heb bewaakt. Geloof me, ik oordeel niet over ouders die anders omgaan met hun kinderen. Ik wil alleen zo graag dat ouders niet altijd uitgaan van goede bedoelingen. Misbruik is helaas van alle tijden. Van alle rangen en standen. Van gelovigen en ongelovigen. Maar laten we nadenken, observeren en ons gezond verstand gebruiken. Misschien is dát wat Robert M. heeft aangewakkerd bij mij; hij heeft niet alleen de onschuld weggenomen van die kleine kinderen en hun ouders, broertjes, zusjes, oma’s, opa’s en ga zo maar door, maar ook die van u en mij.
Wij kijken niet meer onbevangen naar mannen die in een crèche werken, zich inzetten als zwemleraar, kampleiders zijn of op een andere manier bezig zijn met kinderen. Robert M. heeft niet alleen het vertrouwen van zijn slachtoffertjes weggenomen maar ook die van ons. Misschien is dat wel zijn grootste misdaad, en misschien is dat wel hetgeen mij het meest intrigeert.



© Debby van den Bergh april 2012 

vrijdag 30 maart 2012

De erfenis van een mondiaal fenomeen

Alles heeft zo zijn voor- en nadelen. Dat geldt in toenemende mate voor dé uitvinding van vorige eeuw, het massamedium internet. Het is net als het krijgen van een kind; als het er eenmaal is,  kun je je leven niet meer voorstellen zonder. Was ik zelf ooit terughoudend met de nieuwigheid die World Wide Web heet; inmiddels verlopen vrijwel al mijn werkzaamheden via computer en internet. In mijn vrije tijd maak ik gebruik van het web om de naam van een acteur (hoe-heet-ie-nou?) op te zoeken,  de route uit te draaien naar de Chinees drie kilometer verderop (o, dáár!), via e-mail mijn vriendschappelijke contacten te onderhouden (Hé moppie, heeft die lul nou nog niet gebeld?) vrienden op Facebook die jarig zijn te feliciteren (vind ik leuk) en te zien wat iedereen zoal heeft gedaan (Net mijn nagels geknipt en mijn anus onthaard: zie foto!),  gaan doen (Straks eten maken en dan lekker op de bank, YAY!), eventueel zouden kunnen gaan doen (Misschien strakkies ff genieten van het zonnetje, maar nu eerst naar de dokter voor een schimmelinfectie) en vooral niét doen (Zo, nu even niks meer, pfffff).
Internet is een onnoemlijk grote encyclopedie van kennis, wetenswaardigheden, nieuws en beeldmateriaal. Droomde ik als kind al van reusachtige watervallen, met één druk op de knop beland ik in een panoramisch landschap dat dusdanig is gefilmd dat ik me waan in het hart van de allermooiste ter wereld: de Iguazu watervallen. Internet is een speeltuin met ongekende mogelijkheden. Toets YouTube in en naast een oneindige keuze uit muziek, zijn er talloze andere filmpjes te zien. Van wereldster Madonna tot de volslagen onbekende Debby van den Bergh. Een speelplaats die voor vrijwel iedereen ter wereld toegankelijk is; de wereld als een grote ballenbak. Internet als informatiebron voor kinderen die een gesprek met ouders overbodig maakt door forums, duizenden boekverslagen, oefenprogramma’s voor elk denkbaar schoolvak en een grote verscheidenheid aan social media. Mijn dochter hield ooit een spreekbeurt  over katten en googlede  ‘poesjes’ en ook seksuele voorlichting was nadien overbodig.
Internet geeft onbekende mensen een gezicht en bekende mensen kunnen er desgewenst anoniem zijn. Internet heeft de wereld een stem gegeven. Iedereen kan zijn mening geven, iedereen kan bloggen, chatten, twitteren, mailen, foto’s en films plaatsen. We zien niet alleen de wereld van beroemde mensen aan ons voorbijtrekken, maar ook die van de buurvrouw die een cake heeft gebakken en een foto daarvan on line plaatst.
Door het internet leven we niet alleen ons eigen leven, maar het leven van iedereen. Collega’s die je op het werk amper gedag zeggen, willen onverwacht Facebookvrienden worden. Als mijn broer met griep op bed ligt, krijg ik die informatie via zijn status (vandaag wakker geworden met koorts). Van verre bekenden word ik dag en nacht op de hoogte gehouden van hun relationele status (Pieter heeft zijn status veranderd in vrijgezel). We vinden leuk of niet leuk wat anderen voortdurend delen en hebben daar een mening over, al dan niet gedeeld door ‘ik vind leuk’ of door grappige, meelevende of andere blijken van aandacht.
Bij menig nieuwsbericht wordt om onze mening gevraagd, wat resulteert in de mening van mensen die onder de naam ‘Gekke Henkie uit Utopia’ al hun opgekropte woede uitkotsen over elk denkbaar onderwerp. En dat is het bijzondere aan internet. Je kunt jezelf zijn, maar ook iemand anders. Je kunt als jezelf of anoniem mensen beschimpen, uitlachen, belachelijk maken, beledigen, uitschelden en bedreigen. Je kunt recepten opzoeken om pasta pesto te maken, maar er zijn ook mogelijkheden om een recept  te krijgen waarmee je bommen kunt maken. Internet is het beloofde land. The sky is the limit.  Zoek en gij zult vinden. Maar we hoeven niet meer te zoeken. De wereld is binnen handbereik. In enkele seconden is hetgeen voorhanden waar je vroeger voor op pad moest, waar je tijd en moeite in moest steken. Die tijd is voorbij. Ongeduldig als we zijn krijgen we op een presenteerblaadje ons verlangen aangereikt. Goedkope reisjes naar Parijs of Praag. Een eettafel voor tien euro op Marktplaats, schaamlipcorrecties aangeboden door Groupon (80% korting),  gratis op te halen grindtegels in Veendam, relaties op Lexa (succes verzekerd) en een baarmoeder van een draagmoeder die wel wil baren maar geen moeder wil zijn. Maar internet biedt daarnaast ook seks. Of beter geschreven Sex. Veel sex. Internet is één grote orgie. Geen duistere achterafkamertjes in een louche boekhandel waar pornografische boekjes worden verkocht, maar zoveel seks als je maar wilt. In alle maten (van zeer groot tot zeer klein), soorten (paarden, ezels, slangen (!), honden) en leeftijden (van zeer jong tot zeer rijp).
Internet is het land van de onbegrensde mogelijkheden geworden. Veel mannen brengen meer tijd door achter de pc dan in bed bij hun echtgenote.  Internet als substituut voor een intieme relatie. Maar internet biedt meer; zoveel meer. Vage grenzen vervagen digitaal eenvoudiger dan in het werkelijke leven. We zoeken sensatie, bevrediging en we zoeken lust. Internet vervaagt de realiteit tot fantasie, want we zijn anoniem. We kunnen grenzen passeren die op een breuklijn liggen. Verlangen kan verlangen oproepen. We willen morgen altijd meer dan we vandaag hadden. Grenzen vervagen sneller als het verbodene zich aanbiedt. Maar waar ligt de grens van het bereiken van mogelijkheden? Als één man (Robert M.)  tienduizenden afbeeldingen en films van kinderporno op zijn pc had opgeslagen, hoeveel is er dan eigenlijk in omloop?  Hoeveel moeite moet je doen om kinderporno te benaderen op internet? Ik vermoed vrij eenvoudig, gezien het aantal mannen dat is opgepakt voor het bezit ervan. Als het mogelijk is dat je met behulp van cryptische wachtwoorden dergelijk verwerpelijk materiaal de wereld rondstuurt, hoe moeilijk kan het dan zijn om met dezelfde ingenieuze kracht diezelfde verwerpelijkheid te vernietigen? Het schijnt niet te kunnen, aldus deskundigen. Internet kun je volplempen met materiaal, maar je kunt het er niet aan ontnemen.  Wat ooit bedoeld was om mondiaal informatie uit te wisselen, blijkt een trog vol smerigheid te zijn. Wij blijken in staat te zijn om niet alleen onze leefomgeving vakkundig om zeep te helpen, maar zelfs digitaal het goede om te zetten in het kwade. Internet is besmet gebied geworden. Geïnfecteerd door een kwaadaardig virus dat de mens heet.
En nu maar wachten op het tegengif.                                                                                                                              

donderdag 14 april 2011

Dood door schuld

Ik mag mijn buurman niet. Vandaag of morgen zal ik hem maar een mes tussen zijn ribben planten. De tandarts die ooit in een poging om mijn vast gewortelde verstandskiezen te verwijderen mijn kaak (links en rechts) aan gort heeft getrokken ga ik ook nog eens opzoeken met een jachtgeweer.
En dan die kutkinderen die mij vroeger op school durfde te treiteren! Ik organiseer een reünie en maai ze in een beweging allemaal neer. Zal ze leren.
De ex die het ooit in zijn lelijke kop durfde te halen om een andere vrouw boven mij te verkiezen ga ik postuum castreren en bij de supermarkt waar laatst die kassamedewerkster mij arrogant aankeek flikker ik een granaat naar binnen. Dat zal haar blikveld doen verruimen.
Wat lucht dat op. Heerlijk om je agressie gewoon als gevoel te erkennen en er mee aan de slag te gaan. Niks opkroppen of met zieleknijpers gaan praten. Actie ondernemen!

Godzijdank is bovenstaande tekst volledig fantasie. Niet alleen vind ik mijn buurman wel een beste vent, mijn tandarts heb ik zijn misstap vergeven (je vergeet pijn nu eenmaal snel) en vroeger op school werd ik niet getreiterd want ik was een populaire leuke meid. Exen die een ander boven mij hebben verkozen bestaan niet en kassamedewerkers lachen mij altijd innemend toe, en dat heeft dan weer te maken met mijn zachtaardige voorkomen en intens vriendelijke gezicht.

Maar er zijn mensen die anders in het leven staan. Bewijs is de vierentwintig jarige T. van der V. die in Alphen aan den Rijn totaal willekeurig onschuldige mensen heeft doodgeschoten.
Ik had eigenlijk zijn volledige naam niet willen weten, noch het feit dat zijn vader kunstschilder is en zijn oma auteur. Ik zou liever geen krantenartikelen zien die koppen “Tristan was bezig met rampen”. Tristan, alsof ik hem ken. Alsof we praten over een buurjongen die we allemaal wel eens hebben zien lopen maar waar we verder geen zinnig woord over kunnen zeggen. Ik wil zijn naam niet weten. Ik had zijn kop nooit hoeven zien. Ik wil niet in de ogen kijken van een lachende jongen die zijn middelvinger opsteekt naar de camera. Een doorsnee gezicht dat aan het eind van zijn doorsnee leven zes mensen meesleurt in de dood. Drie van zijn slachtoffers zaten in een scootmobiel en de oudste, een vrouw van 91, heeft hij door het hoofd geschoten; dat gegeven zegt mij genoeg over de dader.

Ik wil niks van hem weten. Niet wat zijn hobby’s waren, niet waar hij woonde, niet of hij vrienden had of niet, niet of hij veel contact had met buurtbewoners of zich als een einzelgänger gedroeg. Wat ik vooral niet hoef te weten is waarom hij deed wat hij deed omdat er toch geen enkele plausibele verklaring te geven is voor de verachtelijke daad waaraan hij schuldig is. Het verdriet van de mensen die achterblijven wordt er niet minder om. Het gemis, de verbijstering en de boosheid niet minder intens. Ook hoef ik geen beelden van huilende mensen die op de plek des onheil bloemen neerleggen bij het zoveelste bord met de tekst “Waarom”.
Wel zou ik mooie portretten willen zien van familie en vrienden van de slachtoffers die liefhebbend vertellen hoe lief, bijzonder en leuk hun geliefde was voor een onbekende gek hun van het leven beroofde. Als de betrokken families het zouden willen, laat dan maar foto’s zien van meneer Boezaard en zijn vrouw Boezaard-Bierman, of van meneer Deutekom van 80 of de nog oudere dame van Doorn-Hollander die ongetwijfeld een lieve oma was voor kinderen, kleinkinderen en wie weet wel achterkleinkinderen. Of mevrouw ter Haar-Duijts, of van de Syrische meneer Youssef. Geef deze mensen een gezicht opdat ze niet helemaal zullen vervagen.
Laat zien dat hun leven zin heeft gehad en toon ons een stukje van dat bestaan dat ze onvrijwillig hebben moeten achterlaten enkel en alleen omdat een narcist te laf was om alleen de dood te aanvaarden.

De enigen die zich druk moeten maken om de dader zijn politie, justitie en gezondheidszorg. Leg daar de vraag neer of het verstandig is om een jongen die schizofreen is toe te laten tot een schietclub. Vraag of het slim is om een schizofreen die in therapie is geweest vanwege stemmen in zijn hoofd, vijf wapenvergunningen te verstrekken. Vraag waarom er bij het verstrekken van een wapenvergunning op zijn minst geen verklaring van –geestelijke- geschiktheid moet worden overlegd. Vraag waarom er überhaupt wapenvergunningen worden verstrekt aan personen die beroepshalve geen wapen nodig hebben.
Dat is de ‘waarom’ waarop ik wel een antwoord zou willen krijgen.



© Debby van den Bergh. April 2011

maandag 4 april 2011

Pedorock

Robert M. misbruikte kinderen van een kinderdagverblijf. Het aantal slachtoffers staat inmiddels op 86. Hij liet zich daarnaast inhuren als oppas en dat bood hem de gelegenheid om de oppasdiensten te gebruiken om lichaampjes van de veelal zeer jonge kinderen te verkopen aan andere pedofielen.
Een vader uit Den Helder misbruikt zijn vier dochters vanaf jonge leeftijd tot hun pubertijd. De straf, een jaar of zes, is lachwekkend laag gezien het veroorzaakte leed.
Dit nieuws, dat volgt op de reeks berichtgevingen over de beerput die katholieke kerk heet, is enkele dagen het gesprek van de dag en vervaagt wonderlijk genoeg weer snel. Het lijkt alsof we nonchalant worden als we dergelijk nieuws horen of lezen. De verontwaardiging en afschuw is er wel maar we hebben het ene drama nog niet verwerkt of we worden met de volgende om de oren geslagen. We zijn een beetje murw.
Omdat ik moest wachten op een nieuwe autosleutel las ik de krant waarin een interview stond met een Belgische vrouw die in een commissie zit die de wantoestanden, de gruwelijke misbruiken en liegende arrogante bisschoppen in de kerken heeft onderzocht. Zelf slachtoffer van misbruik op jonge leeftijd had ze eindelijk het gevoel tegen het kwaad te kunnen vechten en te zegevieren. In gun haar met heel mijn hart haar zege.
Het zette me echter ook aan het denken. Hoe kan het toch dat er op zo’n grote schaal kindermisbruik voorkomt? Hoe kan het, dat priesters, bisschoppen of welke door “God uitverkozen dienaren” zo massaal de hand hebben geslagen aan een kind? Het is geen incident. Er waren zelfs orgie's met kinderen.
Nee, ik lees dit liever ook niet, maar onze ogen ervoor sluiten is zinloos. Erger dan zinloos. Het is ontkenning. Wat ik lees in al die verschrikkelijke verhalen is dat de slachtoffers nu nog maar één ding willen; erkenning voor het leed dat ze is aangedaan.
Erkenning. Dat ze naast die erkenning een bulk geld willen vind ik niet meer dan terecht. Het is het enige middel dat nog enigszins effect heeft op de misbruiker. Nu worden zij uitgekleed.
Zelf ben ik slachtoffer van aanranding door mijn huisarts op elf of twaalfjarige leeftijd. Hij had zich als vriend van mijn ouders toegang weten te verschaffen tot ons huis en ons leven en wist al snel mijn slaapkamer te vinden. Ik heb de viespeuk redelijk van me af weten te slaan (godgeprezen mijn toen al kranige houding) en ook de pogingen daarna heb ik kordaat weten te weren. Het was een klein vies ventje en ik was, gesterkt door de judolessen van mijn broers, in staat om erger dan smerige tongzoenen van pedo dr. Misha Beuger, te voorkomen. Ik heb er gelukkig geen enkel trauma aan opgelopen, alleen een levenslang gezonde cq. argwanende intuïtie voor situaties en sommige mannen.
Ik heb mijn levensles gebruikt om mijn dochters op zeer jonge leeftijd onomfloerst duidelijk te maken dat niemand, maar dan ook niemand, zelfs hun vader en ik niet, het recht hadden om aan hun lichaam te komen als ze dat niet zouden willen. Misschien iets te ridicuul, maar ik heb ze duidelijk willen maken dat ze, ondanks dat ze onder het regime van ‘opvoeding’ werden geacht te luisteren, er één uitzondering was. Het recht op autonomie van je lichaam.
Ik begrijp heel goed dat veel slachtoffers van misbruik helaas beslist geen mogelijkheid hadden om hun belager, dat overigens niet altijd een man is, ook vrouwen maken zich schuldig aan deze verwerpelijke daad tegen de mensheid, van zich af te slaan, om te rennen, te vluchten maar dat ze lijdzaam moesten ondergaan wat hun werd aangedaan.
Het houdt me bezig.
Ik heb als moeder mijn baby’s in de armen gehouden en gekoesterd. Er zijn vanaf het moment dat ik moeder mocht worden duizenden gevoelens in mij ontwaakt waarvan ik het bestaan niet wist. De oneindige trots die ik voelde als mijn net geboren dochter aan mijn borst lag te drinken. De overstijgende liefde die ik ervoer. Dit wezen moest ik zogen, beschermen, koesteren en liefhebben. Kom niet aan mijn kroost. Ik verscheur je.
Maar ergens moet je ze loslaten. Je kunt ze niet eeuwig aan de borst klemmen. Daarom begon ik al vroeg met mijn ongenuanceerde waarschuwingen en ik kan achteraf zeggen dat ze er geen schade van hebben opgelopen, integendeel.
Misschien is dat een wijze les die we kunnen leren van al die afgrijselijke getuigenissen van slachtoffers. Moeten we onze kinderen niet op jeugdige leeftijd duidelijk maken wat wel is toegestaan en wat niet? Wat normaal is en wat niet? Ze mogen niet aan de tv zitten want die is van papa en mama. Ze mogen de kat niet aan de staart trekken want dat doet pijn. Ze mogen bij oma en opa thuis niet met de schoenen op bank. Is het dan zo erg om een kind tijdens de opvoeding mee te geven dat volwassenen ook iets niet mogen? Aan ze zitten op een manier die alle kinderen, zonder uitzondering, intuïtief zullen aanduiden als niet gewenst?
Zou ons onderwijs daar niet spelenderwijs in moeten voorzien?
Moeten we allemaal niet veel alerter zijn, argwanender naar de wereld om ons heen? Blijf ik altijd dat feministische zeikwijf dat durft te schrijven dat ze kotst van die amper 18 jarige grietjes die na elf uur ’s avonds hun benen spreiden op de commerciële zenders?
Amper 18 is geen meisje van 12, ik begrijp mijn ongenuanceerdheid, maar wordt de grens niet steeds vager? Ben ik de enige die gevaar ziet in het positioneren van jonge (amper 18 jarige, zoals ze worden aangekondigd) meisjes die hun siliconentieten in een strak bloesje hijsen en een kort rokje aandoen om vervolgens kirrend op tv te hijgen dat dit stoute schoolmeisje wel een beetje straf verdient?
Natuurlijk chargeer ik hier enorm, er is geen vergelijking tussen seksueel misbruik van een kind van amper drie en amper 18 jarige vamps die over ons scherm de huiskamer inglijden maar het gaat mij om de vervaging van wat kan, wat blijkbaar begeerd wordt en de acceptatie ervan.
Op mijn strooptocht naar dit grijze gebied stuitte ik op hetgeen dat voor mij nog steeds een boegbeeld is voor deze vervaging.
K3. Drie geile kindvrouwtjes in korte kinderlijke rokjes. De vrouwelijke borsten als ontluikende tietjes in een hooggesloten T-shirtje gesnoerd en het haar lieflijk in twee staartjes gebundeld. Zingende lolita's voor zalen met geile vaders. En wij laten, onnozel als we zijn, onze kleine kinderen opgroeien met een verwarrend beeld van volwassen vrouw en nog veel verwarrendere teksten.
’s Avonds zal papa vragen aan zijn dochter of ze dat liedje nog eens wilt zingen van K3. Dat vrolijke liedje met dat leuke dansjes. En het tienjarige meisje springt op, zet de muziek aan en zingt, onderwijl heupwiegend als K3, de teksten mee van K3. Zingt u even mee? We beginnen met het liedje “Doe Maar” (bron: songteksten.nl – K3 songteksten)

Zeg nu toch niet dat ik jou niet verwen.
Je krijgt miljoenen zoenen van mij
Ik voel me goed als ik dicht bij jou ben

Maar je wil meer –dan samen uitgaan
Ik wil maar –dan hand in hand gaan
Jij wil meer – je kijkt me zo lief aan

Doe maar
Een klein beetje langzaam
Ik voel me nog niet klaar
Om de grote stap ter wagen

Zullen we er nog een doen? Het liedje “Dat ding dat je doet”?
Gaan we dan, met z’n allen:

Rits snel je mond dicht en zwijg
Maak geen gebaar, geen geluid
Als je nu naar me kijkt
Dan hou ik het niet meer uit
Want als je nu naar me lacht
Dan komt het vast niet meer goed
Want ik ga plat, ik hou mijn buik nu al vast.
Nou, vooruit, een toegift. Eens kijken welke leuke teksten onze kleine meiskes allemaal voorgeschoteld krijgen. We zingen nu K3’s “Heya Mama”:

Ik wil jou, jij wil mij
Ik weet een plekje waar ze
Ons niet vinden
Jij mag mij verslinden.

Doe het héél zachtjes
Geen kreetjes en geen lachjes
Héél zachtjes
’t wordt een leuke zomer
lieve mooie dromen
(I’m gonna getcha!)


Mocht het idee ontstaan dat ik een feministische mannenhaatster ben, integendeel. Ik ben gék op mannen. Volwassen mannen.


© Debby van den Bergh april 2011

dinsdag 15 maart 2011

Zijn wil is wet

Bij niemand is deze uitdrukking zo passend als bij de Italiaanse premier Berlusconi.
Zijn wil is wet en er zijn een talrijk aantal wetten bedacht door de juridische experts van de centrumrechtse coalitie in Italië en inmiddels ook ingevoerd. Een daarvan is een wettelijke bepaling dat de premier zelf kan bepalen of hij wel of niet tijd had i.v.m. zijn functie om naar de rechtbank te komen. Godzijdank verklaarde het Constitutioneel Hof in Rome dat deze wettelijke bepaling ongrondwettelijk is en dus moet Berlusconi, net als alle andere normale Italianen, komen opdraven als dat wordt verwacht.

Omdat ik het zo buitenproportioneel arrogant vind wat deze man verzint, schiet ik bij het lezen van zulke berichten telkens weer in de lach. Maar wat mij verbaasd is dat de Italiaanse bevolking dit allemaal pikt. Ik heb nog nooit in mijn leven gedemonstreerd maar als ik Italiaanse zou zijn ging ik vandaag nog met een spandoek de straat op.

Zijn nieuwste wetsvoorstellen zijn het aan banden leggen van het gebruik van telefoontaps in strafzaken en het verkorten van verjaringstermijnen. Niet toevallig lopen er strafzaken tegen Berlusconi gebaseerd op meineed, fraude en corruptie en seksueel misbruik van een minderjarige.
Zijn wij hier in Nederland gelukkig met een wetsvoorstel waardoor misbruikzaken niet meer kunnen verjaren, in Italië gaan ze een heel andere richting op.
Berlusconi schijnt appartementencomplexen te bezitten waarin jonge meisjes gratis mogen wonen op voorwaarde dat ze op zijn seksfeestjes aanwezig zijn en vooral gezellig mee doen.
Buiten het feit dat deze vieze, ouwe (hij is al 75), verlopen en pedofiele vent graag zelf op amper 18 jarige meisjes gaat liggen, riekt zijn handelswijze in mijn beleving naar prostitutie. Berlusconi als über pooier.
En zo’n man is de regeringsleider van een land. Zijn gedrag komt in elk geval overeen met zijn politieke mening dat een land net zo bestuurd moet worden als een bedrijf. Efficiënt. Efficiëntie vergroot de daadkracht van een bedrijf (en ook een land), aldus zijn standpunt.
Ja, efficiënt kun je Berlusconi wel noemen. Deze rijke mediamagnaat is niet alleen eigenaar van media imperium Meganet, maar door zijn regeringsleiderschap heeft hij macht over 90 % van de Italiaanse media. De reden van Berlusconi om de politiek in te gaan is net zo efficiënt als zijn ideeën. Deze slimmerik is de politiek ingegaan om als volksvertegenwoordiger onschendbaarheid te verkrijgen in verband met zijn corruptieprocessen.

Nu dus weer de wetsvoorstellen die er voor moeten zorgen dat hij niet vervolgd kan worden voor seks met een 17 jarig meisje en het feit dat hij zijn macht heeft misbruikt om het betreffende meisje dat was opgepakt vanwege diefstal, vrij te krijgen.
Daadkracht is zijn beste eigenschap, aldus de bescheiden mening van deze narcist. En inderdaad, hij heeft al de nodige journalisten daadkrachtig ontslagen die naar zijn zeggen neigen naar communisme. Verder zijn verschillende televisiejournalisten na kritische opmerkingen aan het adres van Berlusconi ontslagen of uit de programmering geschrapt.
Om die reden is Italië het 77e land in de wereld qua persvrijheid.
Geen al te beste score voor de leider van ‘Volk van de Vrijheid’, zoals zijn politieke partij heet.
Silvio Berlusconi, de eerste man van Italië, de fraudeur, de homohater, de corrupte politicus, de pedofiel, de communistenhater voelt zich ver verheven boven het volk en bewijst dat door die schandalige -op zijn maat gemaakte- wetten.
Silvio Berlusconi is niet bezig met de Vrijheid van het Volk, hij is alleen maar bezig met de ultieme Vrijheid van Silvio Berlusconi.

Debby van den Bergh maart 2011